Kunst rai - art amsterdam

8 t/m 12 september

Marcel Pinas

Kunst Kan… gaat de beurs op! En wel met een presentatie van het werk van Marcel Pinas in het verlengde van de succesvolle tentoonstelling in onze presentatieruimte juli jongstleden. 

Marcel Pinas (1971, Pelgrimkondre, district Marowijne, Suriname) schildert en maakt installaties. Pinas plaatst zich sinds zijn opleiding aan het Edna Manley College of the Visual and Performing Arts op Jamaica van 1997 tot 1999 nadrukkelijk in de traditie van de N’dyuka Marron cultuur, de cultuur van uit de slavernij gevluchte Afrikanen die in het oosten van Suriname hun Afrikaanse erfenis nieuw vorm gaven.

‘Kibri a Kulturu’ (Bewaar/bescherm de cultuur) is het centrale thema in zijn werk. Een thema dat hij, ook na twee jaar Rijksacademie in Amsterdam (2007-2008), nooit meer heeft losgelaten.

Van Marcel Pinas is recentelijk werk aangekocht door het Stedelijk Museum Amsterdam. Momenteel neemt Pinas deel aan Art Zuid in Amsterdam, aan de Textiel Biënnale in Rijswijk en binnenkort aan de Biënnale van Congo in Kinshasa. Een tentoonstelling in het Museum voor moderne kunst in Chicago staat voor 2022 op het programma, evenals deelname aan ‘Het schurend Paradijs’ bij Kunstkade Amersfoort waar hij een installatie gaat maken.

http://www.kunstrai.nl/galerie/kunst-kan/

Voor de reguliere beursdagen, kunnen genodigden een entreebewijs zonder tijdvak boeken via www.kunstrai.nl. Jouw uitnodigingscode voor deze dagen is: KUNSTKANKUNSTRAI2021 
Deze code kan meer keren per order worden gebruikt.

KUUBUTU (SAMEN)

We nemen steeds meer over van Europa. We gaan voorbij aan de verworvenheden van onze eigen cultuur. Daardoor dreigt die verloren te gaan. Dat ik wil ik voorkomen.”

Aan het woord is Marcel Pinas (1971) uit Suriname, bezorgd over de Marron cultuur in zijn land.

In Moengo, een plaats aan de rand van het binnenland, heeft hij een infrastructuur opgezet waarin het voor jongeren mogelijk is hun creatieve talenten te ontwikkelen en zich te verhouden tot hun cultuur en waar het voor bezoekers mogelijk is kennis te maken met kunst van lokale en internationale kunstenaars. Een ambitieus project dat zich ieder jaar verder ontwikkelt.

In deze tentoonstelling staat het werk van Marcel Pinas zelf centraal. Daarin krijgt de Marron cultuur, tegen de achtergrond van een beladen verleden, een gezicht. Soms in symbolische vorm, soms in geabstraheerde vorm, maar altijd in een intrigerende beeldtaal. 

In een aantal grote zwart-wit tekeningen speelt de kunstenaar met het Afaka, een syllabisch schrift van 56 letters dat bedacht is door de naamgever om de mondelinge taal van de Ndyuka een leesbare vorm te geven. Het werd gesproken in het oosten van Suriname. Hij laat de tekens wervelen op een witte ondergrond. Soms haalt hij enkele tekens naar voren door ze groter of dikker uit te voeren. Soms brengt hij ze in wit aan. Dan weer lijken de tekens uit het beeld te rennen of samen te klitten tot een zwarte zwerm. Hij maakt van taal beeldtaal.    

Pinas kiest vaak voor de installatie als uitingsvorm. Als ‘kind van het binnenland’ weet hij als geen ander wat ruimte is. Hij weet dat hij daarmee de kijker kan uitnodigen om zijn gedachtewereld binnen te treden. Hij transformeert kijken tot actief kijken. Een goed voorbeeld van zo’n installatie is Twalafu lo’s. Twaalf stoelen staan in drie rijen van vier achter elkaar. Geborduurde pangi – traditioneel textiel – zijn over die stoelen gedrapeerd. Ze symboliseren de 12 belangrijkste groepen waaruit de Ndyuka  Marron cultuur bestaat. De 13de stoel is voor het groot opperhoofd. Deze installatie komt het dichtst bij de titel van de tentoonstelling. Ze refereert aan de bijeenkomsten die dorpshoofden regelmatig organiseren om het wel en wee van hun achterban te bespreken. In feite bewaken ze in gezamenlijkheid en gelijkheid hun normen en waarden en zoeken ze samen naar oplossingen.      

Ronduit confronterend is de installatie waarbij galgen neerhangen boven een aantal zwarte tonnen waar botten uitsteken. Niet minder direct is de installatie waarbij ontelbare omwikkelde poppen ondersteboven in een soort slagorde neerhangen. Ze refereert aan de grote hoeveelheid slaven die vanuit West-Afrika naar Suriname is getransporteerd. De emotionele lading wordt nog versterkt door contrasterende, kleurige schoonheid van de compositie.

In vergelijking tot deze twee installaties is Gi nyan nyan een verademing. In een soort kijkkast staan twintig kommetjes overdekt met 20 verschillend gedecoreerde stukjes stof. Een uitermate kleurig gezelschap dat blijkt geeft van een grote originaliteit en betrokkenheid. De kommetjes maken deel uit van een traditioneel ritueel. Bij het beëindigen van een rouwproces wordt bij wijze van offer aan de goden voedsel gepresenteerd. Daar wordt deze vorm voor gekozen. Op het achtervlak van de kijkkast worden videobeelden van het ritueel geprojecteerd.

Bij veel rituelen van de Marrons worden pangi stoffen gebruikt. Als omslagdoek of wikkel lap. Ze zijn er in allerlei ontwerpen en kleuren. Ze verwijzen naar verschillende goden, verschillende stammen en verschillende gelegenheden. Door ze keurig gevouwen te stapelen in een langwerpige kast weet Pinas de visuele rijkdom van dat onderdeel van de Marron cultuur in één beeld te vangen.    

De titel Kuubutu verwijst niet alleen naar samen doen maar ook naar het samenbrengen van een gevarieerde groep werken die optimistisch of beladen durven te zijn, die uitgesproken zijn of zich hullen in symbolische geheimzinnigheid, die aanhaken op internationale ontwikkelingen zonder de bron uit het oog te verliezen, . 

De Marrons zijn uit West-Afrika naar Suriname gehaald. Daar wisten ze aan de kolonisator te ontsnappen door het ondoordringbare binnenland in te vluchten. Zo konden ze niet alleen vasthouden aan de gewoontes en de rituelen van hun moederland, maar ze konden ze ook verder ontwikkelen. Tevens konden ze zich laten inspireren door de cultuur van de oorspronkelijke binnenland bewoners. Die ingrediënten samen leverden een rijke cultuur op. Dat Marcel Pinas die wil behouden heeft niet alleen daarmee te maken. Hij ziet dat een aantal van haar normen en waarden – het omgaan met de natuur en het omgaan met elkaar – ook voor de toekomst een grote rol zou kunnen spelen in een steeds individualistischer wereld die moeite heeft het universele belang van bijvoorbeeld het klimaat te erkennen.

Veel getoonde werken zijn speciaal voor deze gelegenheid gemaakt. Ze geven een goed beeld van een kunstenaar die zich geëngageerd toont in zijn werk, weet hoe je dat zichtbaar moet maken, maar die zijn engagement ook omzet in de praktijk. Zijn activiteiten voor de Marrons in en om Moengo zijn dáárvan het bewijs.  

Rob Perrée

23 augustus, 2021